Begeleiding na opstart

Eens de samenwerking voor een dagbesteding op de zorgboerderij is opgestart, blijft een regelmatig contact tussen de zorgboer(in) en de begeleidende voorziening noodzakelijk. Het is de opdracht van de begeleidende voorziening om het verloop van de activering op de zorgboerderij bij zijn cliënt én bij de zorgboerderij op te volgen.

Wat wordt van mij als hulpverlener verwacht, na de opstart?

De hulpverlener moet er rekening mee houden dat de zorgboer(in):
- geen professionele hulpverlener is
- nood heeft aan feed back, vooral positieve feed back
- nood heeft aan tips over hoe hij/zij best kan omgaan met de ondersteuningsnood van de zorggast

Het volstaat niet, en het is zelfs niet wenselijk, dat de zorgboer(in) bij de start van de samenwerking overladen wordt met tips. Veel beter is het om in te spelen op de concrete situaties die zich tijdens de samenwerking voordoen en daarbij telkens de zorgboer(in) te ondersteunen in zijn/haar rol.
Daarom is het belangrijk dat er regelmatig opvolgingscontacten zijn.

Hoe regelmatig zijn er opvolgingscontacten nodig?

Een telefonisch contact na de eerste dag is zeker noodzakelijk.
Na de vijfde dag van activering is een nieuw telefonisch zeer wenselijk.
Een eerste tussentijdse evaluatie wordt, naargelang de intensiteit van de samenwerking gepland na 1 of 2 maanden.
Van dan af gaat de begeleider ten minste één maal per kwartaal langs op de zorgboerderij.

Dit is een minimale opvolgingsintensiteit. Vanzelfsprekend hangt de noodzaak van meer of minder nauwe opvolging af van de concrete situatie.
Ingeval van een intensieve time-out met overnachting bv. is een wekelijks opvolgingscontact op de zorgboerderij noodzakelijk. 

Om de begeleiding te ondersteunen bij de opvolgingsgesprekken, maakte Steunpunt Groene Zorg een evaluatieblad. Je kan dit in de rechterkolom downloaden.